geselecteerd als gefixeerd bericht

WELKOM bij LAPIDAIR en ZONNELEEN!

LAPIDAIR is een experiment. Een calendarium bestaande uit korte gedichten. Nummering: 19.6 bijvoorbeeld staat voor week 19 in 2006, de zesde dag, dus vrijdag. Ondanks alle secularisatie blijft de zondag voor mij de eerste dag van de week.

ZONNELEEN loopt van 1 december 2001 tot en met 1 december 2002. Je zou het een calendarium kunnen noemen of “Dagboek van Amos Kurzweil”. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de ondertitel “De episoden van Amos”. Over de verhouding Abel – Amos handelt het eerste gedicht:

De wording van Amos

Toen nevel optrok boven
wetering en weiland riep hij mij
achter de koeien vandaan.

Wees die ik was die ik ben
die ik had kunnen zijn.
Wees pion en proefpersoon.

Ik had niets in te brengen. Hij sprak
en ik was er, hij gebood en ik stond er.

Zaterdag 1 december 2001

15 November 2006
By on 07:16
Kana

Een nachtvlinder
dwarrelt over de rekenaar

en maakt indachtig
wat ik wil vergeten
en wij
zijnhier om het te noemen.

Water werd wijn
en onder je tong  
was melk en honing -
maar ik hoor geenviolen meer
geen kinderen.

Ik leg
op de kop van de bok

mijn handen
maar hij wil niets
van mij weten.

Steigerend
aan de rand van de klif
de bok -
de rode draad om zijn hoorns
raakt los.

De tortelduif -
sierlijk landt zij en prudent
pikt zij zaden op

terwijl men elders einders wist
en nacht vermeerdert.

Het Volk van Gx92d,
de Partij van God x96 namen
kunnen vloeken.
Ook detaal valt onder

schade- collateraal.

De kauw die mij groet -
hij is als je goed kijkt
niet zwart maar rijk
geschakeerd in grijs
in zwart in streepjes wit.

 

ZONNELEEN
De sequenties van Amos Kurzweil 31

1 August 2006
By on 11:15
69 Signum

Het rommelt. Wolken breken. Mens en beest slaan op de vluchtmaar wij houden ons staande in twee strandstoelen zo lek als een mandje.

Over de wateren donderend de stem en bliksemend de vinger
die splijten kan in een punt des tijds.
Ik bibber en ik bid.

Gerardus wil weten wat ik doe. Ik zwijg in alle talen.
Mijn schaamte is een schild een pantserplaat
impasse.

Eindelijk verschijnt het licht
in zevenvoud
subliem.

donderdag 7 februari 2002
ZONNELEEN De episoden van Amos 69

21 May 2006
By on 21:06
68 bekoring

als scholiere liefelijk springerigeen hinde nu een vrouw getroffendoor het mateloze licht

“ik wil de wind de golfslag samen
met het witte licht vanavond over zee
ik bel dolfijnen en wij spelen en verdwijnen”

zij vergt dat ik haar stroeve nek masseer
mijn hand maakt los en ik karteer
verborgen samenhangen

haar zwijgen sla ik op
of is het stil gedogen?
raak ik belust?

schaamte kou en droefheid
trekken op en vluchten vogels
gonzend in het grote donker boven ons

woensdag 6 februari 2002
zonneleen de episoden van amos 68.14


By on 21:04
Lapidair 15 – 19

19.6:

Met naam en toenaam
vlogen wel honderd vogels
in zijn regels rond.
Toen zag hij honderd grassen
naamloos mooi in bloei en stierf.

19.5:

Ontzagwekkend
boven binnenstadsdaken
een zwenkend eskader
duiven: licht spat van ze af,
zilverwit en geelgroen goud.

18.7:

Zij ligt verloren
op een dodenakker
aan de Waal.
Zwart graniet en vrome woorden.
Roomwit domineert de dijk.

15:

Prominenten
lopen door hun poortje
naar hun passie.

De vogels
zwijgen gelukkig
nog niet.

Erfzonde:
Zie daar! Mijn plaats
onder de zon.

Het weer is schraal
de forsythia geel
de maand wreed.

Matses
gebroken
gaan rond.

Deze vrijdag -
egyptische duisternis
vleugelslagen.

Zij bestelden hem ter aarde
en verbeelding en liefde
hielden in leven.

* Lapidair 15: zeven korte teksten,
van zondag 9 april tot en met
Stille Zaterdag 15 april.

17 May 2006
By on 09:44
67 Twee werelden

Een stem zegt zonneklaar:
haal neer je huis en bouw een boot!
Ik vlecht van riet een vaartuig groot
en dicht met pek de naden.

Het water stijgt, ik vaar als inval-
kracht als veerman zonder vracht
verdronken oorden over en bevind
dat scholen vissen mensen zijn.

In de vierde wake raak ik
met de boot verstrikt in draden
van verwrongen en verstomde
masten op het hoge duin.

Maar mijn zoon weet alles beter:
ach pa, de zeespiegel stijgt
in deze eeuw hooguit
achtentachtig centimeter.

5 februari 2002
ZONNELEEN De episoden van Amos 67

Deze tekst is geschreven in de marge
van Genesis 8: 1-13, de oude brevierlezing
voor de dinsdag na zondag sexagesima.

24 March 2006
By on 15:46
66 ark

we kusten wangen
en wisten
onze toon niet meer

ik meldde geluk
een drijvende ark
een achttal zielen

ze wenste mij
het beste ermee
en ging heen

tenger
trots
alleen

4 februari 2002
ZONNELEEN 66 De episoden van Amos 66

Deze tekst is geschreven in de marge van Genesis 7,
de oude brevierlezing voor maandag na zondag sexagesima.


By on 15:39
65 Meneer de directeur

Meneer de directeur,

Je was achter glas xe9xe9n alomvattend oog.
We waren bang, we dongen naar je gunst.
Wonderen grepen plaats.

Een kantje haring op de stoep of tante
die aanbelde in ‘t aak’lig zwart en zowaar
een handreiking deed. Jouw werk!

Op het laatst huisde je aan het eind
van de gang en schrok op als ik klopte.
Je vouwde de krant dicht en luisterde.

Maar nu gaat mijn vriend met pensioen
en prompt wordt hem de keel gesnoerd.
Wie laat de dood groeien?

Ze zeggen hier dat de directeur overleden is
maar ik vertrouw die mensen niet.
Volgens mij vertrok je met de noorderzon

en raakte vast in winterslaap. Zo is het toch?
Word wakker, wakker, alstublieft.

3 februari 2002 Zondag Sexagesima

Kiem: Introxeftus van de Mis voor deze zondag:
Exsurge, quare obdormis, Domine?
Word wakker, Heer, waarom slaapt u? ( Psalm 44:24)

14 March 2006
By on 14:28
64 bittere coniferen

bittere coniferen

zeven dagen al wandel ik
met de houtvester de duinen door
en teken ik op de kaart percelen
voor nieuwe dennenakkers

maar ik verafschuw stammen
in dichte gelederen waar eeuwig
schemer hangt en zang
van kindertotenlieder

morgen ben ik weg

2 februari 2002
ZONNELEEN De episoden van Amos 64

3 March 2006
By on 12:00
63 Muziek 1 februari 2002

Muziek

dat was vader
zwoegend op het harmonium
zingend met ingehouden stem

en later in de Bavo het grote
instrument dat ons gestoelte
trillen deed en ik trilde mee

tot de stilte het uitgestrekte
ruim vervulde en David
op het orgelfront begon

te tokkelen een lenteregen.

1 februari 2002 ZONNELEEN
De episoden van Amos 63

Het schip van de Grote of St Bavo Kerk in Haarlem naar het westen gezien. Op het orgelfront linksboven koning David met harp.

Rembrandt: David speelt op de harp voor Saul naar “De volgende dag werd Saul opnieuw overmand door een kwade geest van God. Hij liep als een razende door het huis, met zijn speer in de hand, terwijl David zoals gewoonlijk op de lier tokkelde.” ( 1 Samuxebl 18:10)

Meesterwerk

Wat nu de Saul van Rembrandt betreft,
mij ontbreekt het wel eens aan een tulband en iemand
die harp of harpsichord speelt,
aan een scepter en een bescheiden gordijn
waarmee ik tranen kan drogen.

J.A. Emmens

63.41 100206 23.15

30 January 2006
By on 08:45